Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:1452

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 april 2017
Publicatiedatum
14 april 2017
Zaaknummer
16/6079 AW-W
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 AwbArt. 1:1 AwbArt. 1:1, eerste lid, onder a, AwbArtikel 3 Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter in hoger beroep bestuursrechtelijke zaak

Verzoekster heeft in hoger beroep tegen een bestuursrechtelijke uitspraak een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter mr. K.J. Kraan. Dit verzoek werd schriftelijk herhaald nadat het ter zitting was ingediend. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de Awb en de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2013.

De kern van het verzoek was dat de Sociale Dienst Drechtsteden volgens verzoekster geen bestuursorgaan is en dat daardoor de Awb niet van toepassing zou zijn. Verzoekster stelde dat mr. Kraan zich niet aan de Awb-definities houdt en beschuldigde hem van strafbare feiten om vermeende nep-procedures te verdoezelen. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek feitelijk gericht was tegen de Raad als geheel en niet tegen de individuele rechter, en dat het verzoek niet gemotiveerd was omdat niet duidelijk werd gemaakt waarom de onpartijdigheid van mr. Kraan zou zijn geschaad.

Daarnaast werd gewezen op eerdere wrakingsverzoeken van verzoekster in een eerdere procedure, waarbij ook sprake was van misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in deze procedure niet in behandeling wordt genomen.

De Centrale Raad van Beroep nam het wrakingsverzoek niet in behandeling en sloot toekomstige wrakingsverzoeken in deze procedure uit. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 13 april 2017.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. K.J. Kraan wordt niet in behandeling genomen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze procedure worden uitgesloten.

Uitspraak

16/6079 AW-W
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
Datum uitspraak: 13 april 2017
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 augustus 2016, 16/1610, in het geding tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht.
De behandeling ter zitting van het hoger beroep heeft plaatsgevonden op 30 maart 2017, waarbij mr. K.J. Kraan de behandelend rechter was. Ter zitting heeft verzoekster een verzoek om wraking van mr. Kraan ingediend en dit verzoek op 31 maart 2017 schriftelijk herhaald.
Mr. Kraan heeft schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek. Hij heeft te kennen gegeven niet in het wrakingsverzoek te berusten.

OVERWEGINGEN

1. In artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2013 (Stcrt. 2013, 11425, hierna: Wrakingsregeling) bepaalt dat de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig. Daarnaast bepaalt artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrakingsregeling dat de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek niet in behandeling te nemen indien het verzoek niet is gemotiveerd.
3. Verzoekster heeft aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de Sociale Dienst Drechtsteden geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Awb, met als gevolg dat hoofdstuk 6 van de Awb niet van toepassing is op de procedure tegen het besluit van 15 november 2006, waarop het hoger beroep betrekking heeft. Verzoekster wil dat
mr. Kraan de procedurele tekortkomingen bij de instelling van de Drechtraad schriftelijk aan de Drechtraad voorhoudt en heeft mr. Kraan met het oog daarop ter zitting drie keuzemogelijkheden voorgelegd. Nadat mr. Kraan verzoekster te kennen had gegeven dat hij niet aan deze keuzemogelijkheden kon voldoen, heeft verzoekster verzocht om wraking van mr. Kraan. Het wrakingsverzoek berust op de stelling dat mr. Kraan zich niet houdt aan de definities en reikwijdte van artikel 1:1 van Pro de Awb. Mr. Kraan pleegt strafbare feiten met het doel uit te wissen dat door rechters van de Raad inzake Drechtsteden gedurende tien jaar
nep-Awb-procedures zijn gevolgd.
4.1.
Wat verzoekster heeft aangevoerd kan niet anders worden gezien dan gericht tegen de Raad als zodanig. Verzoekster verlangt iets van mr. Kraan waar, alleen al door het feit dat de Drechtraad geen partij is bij het door verzoekster ingestelde hoger beroep, geen enkele rechter van de Raad aan kan voldoen. Daarnaast is het verzoek ook gericht tegen de rechtspraak van de Raad, en daarmee ook tegen de Raad als zodanig. Gelet op artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrakingsregeling bestaat daarom aanleiding om het verzoek om wraking van mr. Kraan niet in behandeling te nemen.
4.2.
Voorts is van een gemotiveerd wrakingsverzoek pas sprake als uit het verzoek op enigerlei wijze blijkt dat en waarom de verzoeker van mening is dat er feiten of omstandigheden zijn waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (uitspraak van 22 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3168). Wat verzoekster heeft aangevoerd kan niet worden aangemerkt als motivering van het wrakingsverzoek, nu verzoekster in het geheel niet duidelijk maakt dat en waarom naar haar mening hierdoor de onpartijdigheid van mr. Kraan schade zou kunnen lijden.
5. Artikel 8:18, vierde lid, van de Awb bepaalt dat in geval van misbruik de bestuursrechter kan bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen.
5.1.
In een eerdere hoger beroepsprocedure (uitspraak van 6 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2650) heeft verzoekster twee wrakingsverzoeken ingediend (uitspraken van 1 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1518, en 19 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:520). Verzoekster poogde met het tweede wrakingsverzoek een oordeel van de rechter te verkrijgen op een wijze waarin de Awb niet voorziet. Het is verzoekster dan ook bekend dat het wrakingsmiddel daarvoor niet is bedoeld. Gelet hierop bestaat aanleiding te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- neemt het verzoek om wraking van mr. K.J. Kraan niet in behandeling;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in deze procedure niet in
behandeling wordt genomen.
Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en M. Hillen als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 april 2017.
(getekend) W.H. Bel
(getekend) P.W.J. Hospel

HD