ECLI:NL:CRVB:2017:1469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanvullende schadevergoeding na onjuiste bijstandsbeslissing
Appellant diende een aanvraag bij het UWV in en later een aanvraag om bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf. Na aanvankelijke afwijzing werd bijstand met terugwerkende kracht toegekend. Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van schade als gevolg van de verkeerde beslissing, bestaande uit incassokosten en vertragingsrente. Het college wees het verzoek aanvankelijk af, maar keerde later een schadevergoeding van €1.220,- uit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze vergoeding ongegrond omdat appellant in hoger beroep nieuwe schadeposten aanvoerde die niet binnen het oorspronkelijke verzoek vielen. Appellant stelde dat hij ook toekomstige schade claimde, zoals gevolgschade door een BKR-registratie en versnelde aflossing van krediet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het overgangsrecht van toepassing is en dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist maken. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot aanvullende schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van aanvullende schade wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.