Uitspraak
16.6302 ZVW
CAK
mr. M. Mulder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Duitsland en ontvanger van een pensioen, was door het CAK als verdragsgerechtigde aangemerkt en werd een buitenlandbijdrage opgelegd op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Na vaststelling van de buitenlandbijdrage over 2013 stuurde het CAK een betalingsherinnering aan appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze herinnering, maar dit bezwaar werd door het CAK niet-ontvankelijk verklaard omdat de herinnering geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij bereid was te betalen mits het bedrag duidelijk en correct was en verzocht de Raad het bezwaar alsnog in behandeling te nemen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de betalingsherinnering geen besluit is en niet gericht is op rechtsgevolg. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het hoger beroep verworpen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de betalingsherinnering is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt verworpen.