ECLI:NL:CRVB:2017:1513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- M.J.W. van Breukelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging principetoekenning IOAZ-uitkering onder voorwaarde beëindiging bedrijfsmatige activiteiten
Appellante heeft op 17 april 2014 een IOAZ-uitkering aangevraagd terwijl zij twee ondernemingen dreef: een schoonheidsinstituut en een stichting. Het college kende haar op 21 mei 2014 een principetoekenning toe, onder de voorwaarde dat zij haar bedrijfsmatige activiteiten binnen anderhalf jaar beëindigt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ten tijde van het besluit geen bedrijfsmatige activiteiten meer verrichtte binnen de stichting en dat het college haar aanvraag ook als een aanvraag op grond van het Bbz 2004 had moeten behandelen.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk bedrijfsmatige activiteiten verrichtte, gelet op haar bestuurderschap en de statutaire doelstellingen van de stichting. Tevens was appellante zelf verantwoordelijk voor de aanvraag en had zij zich moeten informeren over de juiste procedure. Een belangenafweging werd niet behandeld vanwege het late tijdstip van inbrengen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.