ECLI:NL:CRVB:2010:BM1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand zelfstandige wegens niet voldoen urencriterium en levensvatbaarheid bedrijf
Appellant exploiteerde sinds 2001 een eenmanszaak in ambulante bloemenhandel, waarbij hij bloemen in Nederland kocht en in Duitsland verkocht. Op 20 december 2005 dienden appellanten een aanvraag in voor algemene bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na een voorschotverlening werd de aanvraag afgewezen omdat appellant niet voldeed aan het urencriterium en het bedrijf niet levensvatbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd bevestigd dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij aan de wettelijke vereisten voldeed. Ook een latere aanvraag in 2007 werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven en bevestigd dat appellanten niet hadden aangetoond dat appellant voldeed aan het urencriterium en dat het bedrijf levensvatbaar was. Tevens werd geoordeeld dat het College terecht het voorschot had teruggevorderd en dat de aanvraag niet als een aanvraag op grond van de WWB kon worden aangemerkt.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om algemene bijstand werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan het urencriterium en het bedrijf niet levensvatbaar was.