ECLI:NL:CRVB:2017:1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens geen onrechtmatig besluit bij samenloop Wajong en bijstand
Appellant ontving sinds december 2009 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) en startte in 2010 met een werkleeraanbod. Later kreeg appellant met terugwerkende kracht een Wajong-uitkering toegekend, waarna het college de inkomensvoorziening over juni en juli 2010 introk en terugvorderde. Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding omdat hij arbeid had verricht zonder loon te ontvangen.
De Raad oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding een zelfstandig schadebesluit betreft en dat het college dit inhoudelijk moest beoordelen. Het college wees het verzoek af omdat de intrekking van de inkomensvoorziening niet onrechtmatig was en appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de arbeidsverplichting. Ook was appellant niet tijdig gemeld dat hij een Wajong-uitkering had ontvangen.
De Raad bevestigt dat het toekenningsbesluit van de inkomensvoorziening rechtmatig is, mede omdat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend en het college de onrechtmatigheid niet erkende. De samenloop van Wajong en bijstand maakt het besluit niet onrechtmatig. Ook het doorwerken ondanks de Wajong-aanvraag is niet onrechtmatig, zeker omdat appellant geen vrijstelling had gevraagd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit.