ECLI:NL:CRVB:2017:1554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand sinds eind 2010. In mei 2015 meldde de politie een geruimde hennepplantage van 89 planten in hun woning, inclusief aanwijzingen van meterfraude. Het dagelijks bestuur startte een onderzoek en trok de bijstand over de periode 25 februari tot 8 mei 2015 in wegens het niet melden van de hennepteelt en oogst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellanten stelden dat zij alleen voorbereidingswerkzaamheden hadden verricht en niet hadden geteeld of geoogst, maar konden dit niet met objectieve gegevens onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht uitging van de politiebevindingen en dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door de hennepkwekerij niet te melden. Omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat zij recht op bijstand hadden gedurende de betwiste periode, was intrekking van de bijstand terecht.
De strafrechtelijke vrijspraak van appellanten was voor de bestuursrechter niet bindend vanwege andere rechtsvragen en bewijslast. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet melden van een hennepplantage wordt bevestigd.