ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Op 15 februari 2002 trof de politie in hun woning een professionele hennepkwekerij aan. Het College besloot daarop de bijstand over de periode van 16 november 2001 tot en met 15 februari 2002 in te trekken en de kosten terug te vorderen vanwege schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College het bezwaar had moeten beoordelen op basis van de Wet werk en bijstand (WWB), die sinds 1 januari 2004 van kracht is, en vernietigt het besluit van 1 april 2004 wegens onjuiste bevoegdheidsgrondslag. De Raad bevestigt echter dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door het niet melden van de kwekerijactiviteiten, ongeacht het feit dat er nog geen oogst of inkomsten waren.
De Raad stelt dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking en terugvordering en dat er geen sprake is van strijd met het zorgvuldigheids- of vertrouwensbeginsel. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de intrekking en terugvordering blijven rechtsgeldig op basis van de juiste wet.