Uitspraak
11 december 2015, 15/5495 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op basis van een onderzoek naar haar woonsituatie. Dit onderzoek werd uitgevoerd door twee controleurs die als zelfstandigen zonder personeel werkzaam waren voor een privaat bedrijf dat toezicht houdt op naleving van de Wsf 2000.
De Raad oordeelt dat het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000 een overheidstaak is en dat toezichthoudende bevoegdheden terughoudend aan personen buiten de overheid mogen worden verleend. Uit eerdere uitspraken volgt dat bevindingen van onderzoek door onbevoegde controleurs, die niet in loondienst zijn bij het privaat bedrijf, als bewijs ontoelaatbaar zijn.
Omdat het onderzoek in deze zaak door onbevoegde controleurs is uitgevoerd, zijn de bevindingen onrechtmatig verkregen en niet als bewijs te gebruiken. Hierdoor ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het besluit dat appellante niet op het geregistreerde adres woont. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het eerdere besluit, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestuurlijke boete wordt vernietigd wegens bewijsuitsluiting door onbevoegde controleurs.