ECLI:NL:CRVB:2017:1639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- T.L. de Vries
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens weigering niqaab af te doen tijdens werktraining
Appellante, een moslima die een niqaab draagt, ontving bijstand van de gemeente Utrecht. Zij werd aangemeld voor een werktraining ter bevordering van haar arbeidsinschakeling, maar weigerde haar niqaab af te doen, waardoor zij niet werd toegelaten. De gemeente verlaagde haar bijstandsuitkering meerdere malen als maatregel wegens het niet naleven van verplichtingen die de re-integratie belemmerden.
Appellante voerde aan dat haar weigering gebaseerd was op haar godsdienstvrijheid zoals beschermd door artikel 9 EVRM Pro. De Raad stelde vast dat het dragen van een niqaab een godsdienstige belijdenis is en dat het college met het verbod op het dragen ervan tijdens de training een inbreuk maakte op dit recht. Deze inbreuk was echter gebaseerd op een wettelijke grondslag en was noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
De Raad oordeelde dat het dragen van een niqaab de kansen op arbeidsinschakeling aanzienlijk vermindert en daardoor onnodige druk legt op publieke middelen. De tijdelijke verlaging van de bijstand was proportioneel en in overeenstemming met de verordening. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsverlaging van 30% gedurende twee maanden wegens weigering niqaab af te doen tijdens werktraining wordt bevestigd.