Uitspraak
OVERWEGINGEN
Wet WIA, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Dit besluit was geadresseerd aan appellant op het door appellant op het aanvraagformulier vermelde tijdelijke adres.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 17 september 2013 een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Het UWV besloot op 1 november 2013 dat appellant geen recht had op een uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Dit besluit werd alleen aan het tijdelijke correspondentieadres van appellant gestuurd, niet aan zijn gemachtigde advocaat.
Appellant maakte op 30 juni 2014 bezwaar tegen het besluit, nadat hij op 19 mei 2014 het besluit alsnog ontving. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat appellant naliet zijn adreswijziging aan het UWV door te geven.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat het niet aan zijn gemachtigde was toegezonden. De Raad oordeelde dat het UWV volgens vaste rechtspraak en eigen beleidsregels het besluit ook aan de gemachtigde had moeten sturen. Hierdoor begon de bezwaartermijn pas na toezending aan de gemachtigde. Het bezwaar was daarom tijdig. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht geacht als tijdig, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.