ECLI:NL:CRVB:2017:166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging herziening studiefinanciering wegens ontoelaatbaar bewijs
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarbij het beroep van appellant tegen een herzieningsbesluit van de studiefinanciering ongegrond werd verklaard.
De minister had de herziening gebaseerd op een onderzoek naar de woonsituatie van appellant, uitgevoerd door twee controleurs van een privaat bedrijf. Eén controleur verrichtte werkzaamheden via een payrollconstructie en was daarmee onbevoegd.
De Raad oordeelt dat toezicht op naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak is en dat het inschakelen van controleurs die niet in dienst zijn via een arbeidsovereenkomst ontoelaatbaar is. Bevindingen van onderzoek door een onbevoegde controleur zijn als bewijs onrechtmatig verkregen en ontoelaatbaar.
Omdat het besluit van de minister niet deugdelijk gemotiveerd is zonder deze bevindingen, wordt het bestreden besluit vernietigd. De Raad herroept ook het eerdere besluit van 24 april 2015 en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens ontoelaatbaar bewijs.