ECLI:NL:CRVB:2017:169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening studiefinanciering wegens ontoelaatbaar bewijs door onbevoegde controleurs
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarbij zijn studiefinanciering werd herzien en hij werd aangemerkt als thuiswonende studerende vanaf 1 maart 2012. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek naar zijn woonsituatie onrechtmatig was verricht.
De Raad oordeelde dat het onderzoek was uitgevoerd door controleurs die niet op basis van een arbeidsovereenkomst bij het private bedrijf werkzaam waren, maar via een payrollconstructie of als zelfstandige zonder personeel. Volgens eerdere jurisprudentie van de Raad is het toezicht op de naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak en mogen toezichthoudende bevoegdheden terughoudend aan derden worden verleend. Bevindingen van onderzoek door onbevoegde controleurs zijn als bewijs ontoelaatbaar.
Omdat het bewijs onrechtmatig was verkregen, ontbrak een deugdelijke feitelijke grondslag voor het besluit van de minister. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het eerdere besluit van 11 april 2015, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens veroordeelde de Raad de minister in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens ontoelaatbaar bewijs door onbevoegde controleurs.