Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:1697

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 april 2017
Publicatiedatum
9 mei 2017
Zaaknummer
13/5619 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtArtikel 2 Besluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens het proces werd een psychiatrisch rapport ingebracht en vond een zitting plaats. Na een deskundigenrapport op verzoek van de Raad nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.

Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van diverse kosten, waaronder proceskosten, medische kosten, tolk- en reiskosten. Het UWV voerde verweer, maar de Raad besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten.

De Raad overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. De Raad begrootte de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en kende vergoeding toe voor het psychiatrisch rapport, tolk- en reiskosten. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van € 3.026,85 aan kosten aan appellante.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 3.026,85 aan proceskosten en overige kosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

13/5619 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
10 september 2013, 13/744 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 21 april 2017
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft I.T. Martens hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft een psychiatrisch expertiserapport van 7 april 2014 ingebracht, opgesteld door M. Kazemier, psychiater.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Reichardt. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
J. van Dalfsen.
Na heropening van het onderzoek heeft dr. C.C. Kan, psychiater, op verzoek van de Raad een deskundigenrapport uitgebracht op 31 augustus 2016.
Het Uwv heeft op 6 oktober 2016 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 23 november 2016 heeft mr. Reichardt namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten, de medische kosten, kosten van de tolk, de reiskosten (€ 1.263,67 en € 30,68) en het griffierecht.
Het Uwv heeft op 30 november 2016 verweer gevoerd.
Bij brief van 6 december 2016 heeft mr. Reichardt namens appellante hierop gereageerd.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 6 oktober 2016 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op begroot op € 495,- in beroep voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en € 1.237,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van een zitting en 0,5 punt voor het geven van een schriftelijke zienswijze); in totaal € 1.732,50.
De door appellante verzochte vergoeding van de kosten van het rapport van psychiater
M. Kazemier komt, gelet op artikel 2 van Pro het besluit tarieven in strafzaken 2003, voor toewijzing in aanmerking. Uit de door appellante overgelegde nota blijkt dat de werkzaamheden van Kazemier 9 uur in beslag hebben genomen. De Raad ziet geen aanleiding om de declaratie van psychiater Kazemier ad € 1.000,80 niet te volgen.
Ook de gemaakte kosten voor de tolk van Tolk- en Vertaalcentrum Nederland ad € 262,87 komen voor vergoeding in aanmerking.
De reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting van de Raad, komen tot een bedrag van € 30,68 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.026,85.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2017.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) R.L. Rijnen

RB