Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
plaats treedt van het besluit van 29 juli 2015;
van in totaal € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd door de minister herzien in de studiefinanciering en kreeg een bestuurlijke boete opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het onderzoek waarop de minister zich baseerde, is verricht door controleurs die niet bevoegd waren omdat zij als zelfstandigen zonder personeel werkten voor een privaat bedrijf.
Volgens eerdere jurisprudentie van de Raad is het toezicht op de naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak waarbij terughoudendheid geldt bij het verlenen van toezichthoudende bevoegdheden aan derden. Bevindingen van onderzoek door onbevoegde controleurs zijn daarom als bewijs ontoelaatbaar.
Omdat het bewijs onrechtmatig is verkregen, ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het besluit van de minister. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept de eerdere besluiten van de minister. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en boeteoplegging wordt vernietigd wegens ontoelaatbaar bewijs van onbevoegde controleurs.