ECLI:NL:CRVB:2017:1704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de overgang naar een functie uit het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie
Appellant was het niet eens met het besluit van de korpschef om hem toe te wijzen aan de LFNP-functie van Docent A, gewaardeerd in salarisschaal 8. Hij stelde dat de toegewezen functie niet overeenkwam met zijn feitelijke werkzaamheden en dat de toegepaste matching-regeling niet correct was toegepast.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de Regeling overgang naar een LFNP functie als grondslag mag dienen voor besluitvorming, en dat het aan de appellant is om aannemelijk te maken dat de matching niet overeenkomstig deze Regeling is geschied of dat het resultaat onhoudbaar is. Appellant slaagde hier niet in.
De Raad oordeelde dat de korpschef terecht het domein Ondersteuning heeft gekozen, omdat de functiebeschrijving van appellant vooral ondersteunende taken bevatte, ondanks dat ook uitvoerende elementen aanwezig waren. De feitelijke werkzaamheden die appellant stelde te verrichten, konden niet afwijken van de functiebeschrijving die leidend is bij de matching.
Verder werd het beroep op de hardheidsclausule verworpen, omdat de omstandigheden van appellant niet leidden tot een onbillijkheid van overwegende aard en de regeling bewust zo is ingericht dat inhoudelijke verschillen tussen korpsfunctie en LFNP-functie mogelijk zijn. Ook het gemiste financieel voordeel door het niet toekennen van OVW-periodieken was geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de overgang naar de LFNP-functie bevestigd.