ECLI:NL:CRVB:2017:1711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens kunnen volgen van uit Rijkskas bekostigd onderwijs niet tijdgebonden toe te kennen
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de WWB en kreeg deze toegekend voor bepaalde tijd, tot 31 augustus 2014, met beëindiging per 1 september 2014 omdat hij een opleiding zou gaan volgen. Na bezwaar werd dit besluit herzien en de bijstand beëindigd per 20 november 2014, met het argument dat appellant vanaf die datum aanspraak kon maken op een voorliggende voorziening (uit Rijkskas bekostigd onderwijs).
Appellant stelde dat hij pas in januari 2015 kon starten met de opleiding, omdat de opleidingsgroep voor november vol zat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant tijdig had moeten melden dat hij niet kon starten en dat het college terecht bijstand weigerde voor de periode 21 november 2014 tot 1 januari 2015.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de bijstand niet voor bepaalde tijd kan worden toegekend zonder wettelijke grondslag en dat het college de bezwaren tegen de beëindiging per 1 september en 21 november 2014 niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het college had een nader besluit moeten nemen zodra appellant daadwerkelijk uit Rijkskas bekostigd onderwijs kon volgen. De Raad stelt vast dat appellant zich op 10 november 2014 had afgemeld voor de groep van 21 november, waardoor het college aannemelijk heeft gemaakt dat appellant per die datum onderwijs kon volgen en bijstand terecht is ingetrokken. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor zover het ziet op de beëindiging per 21 november 2014, verklaart het beroep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de bijstand per 21 november 2014 wordt vernietigd.