Uitspraak
26 mei 2015, 14/4807 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als Docent C MBO met bijzondere opsporing, maakte bezwaar tegen de toekenning van zijn LFNP-functie door de korpschef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelt dat er geen ernstige fouten zijn in de Regeling overgang naar een LFNP functie die de besluiten ondermijnen.
Appellant stelde dat de korpschef de voorgeschreven volgorde van matching niet heeft gevolgd en dat zijn werkzaamheden beter passen bij het domein Uitvoering dan Ondersteuning. De Raad stelt vast dat de functiebeschrijving leidend is en dat de kern van de functie kennisoverdracht is, waardoor de keuze voor Ondersteuning terecht is.
Verder faalt het beroep op de hardheidsclausule omdat de omstandigheden geen onbillijkheid van overwegende aard opleveren. Ook het latere plaatsen van appellant in een andere functie en domein is niet relevant voor de beoordeling van de overgang naar de LFNP-functie. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef wordt bevestigd.