Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:1781

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 mei 2017
Publicatiedatum
12 mei 2017
Zaaknummer
16/5082 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A. Stehouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 4:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens

Appellante diende op 23 juni 2015 een aanvraag om bijstand in. Het college vroeg haar meerdere keren om aanvullende gegevens, waaronder het echtscheidingsvonnis en hypotheekdocumenten, met duidelijke termijnen. Ondanks uitstelverzoeken verstrekte appellante niet alle gevraagde stukken binnen de hersteltermijn.

Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet redelijkerwijs binnen de termijn over de gegevens kon beschikken en dat het college de aanvraag alsnog had moeten behandelen omdat zij de stukken later had ingediend.

De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet tijdig over de gegevens kon beschikken en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.

Uitspraak

16.5082 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
24 juni 2016, 16/315 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 9 mei 2017
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. El Haddouchi, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2017. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. El Haddouchi. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. van Golberdinge.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante heeft op 23 juni 2015 een aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet (PW) ingediend.
1.2.
Bij brief van 11 augustus 2015 heeft het college appellante gevraagd voor 25 augustus 2015 gegevens, waaronder het echtscheidingsvonnis, afschriften van bankrekeningen over de laatste drie maanden en een bewijs van alimentatieontvangsten te verstrekken. Appellante heeft op 24 augustus 2015 enkele gegevens, waaronder bankafschriften, overgelegd. Bij brief van 28 augustus 2015 heeft het college appellante gevraagd voor 11 september 2015 nadere stukken te verstrekken met betrekking tot de voormalige echtelijke woning, waarvan ze het gebruiksrecht heeft. Het gaat daarbij onder meer om een kopie van de hypotheekakte, een kopie van de WOZ waarde, een kopie van de restschuld van de hypotheek en een betalingsbewijs waaruit blijkt hoeveel de ex-partner van appellante aan de hypotheek heeft betaald. Het college heeft appellante erop gewezen dat het niet verstrekken van de gevraagde gegevens tot gevolg kan hebben dat de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling wordt gelaten. Appellante heeft op 10 september 2015 telefonisch aan de klantmanager verzocht om uitstel. Haar is uitstel verleend tot 18 september 2015.
1.3.
Bij besluit van 22 september 2015 heeft het college de aanvraag van appellante buiten behandeling gesteld omdat zij de gevraagde gegevens niet of niet volledig binnen de gegeven hersteltermijn heeft verstrekt.
1.4.
Bij besluit van 3 december 2015 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 22 september 2015 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag is onder andere sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden worden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Gelet op artikel 4:2,
tweede lid, van de Awb, gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4.2.
Niet in geschil is dat appellante de gevraagde gegevens niet binnen de aan haar gegeven termijn heeft verstrekt. Daarnaast is niet in geschil dat deze gegevens van belang zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand.
4.3.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet redelijkerwijs binnen de gegeven hersteltermijn over de gevraagde gegevens kon beschikken. Appellante is zelf verantwoordelijk voor het verstrekken van de hypotheekgegevens. Voor zover appellante deze gegevens niet via haar ex-partner had kunnen verkrijgen, had het op haar weg gelegen deze gegevens tijdig bij de bank op te vragen. En als het opvragen van gegevens meer tijd vergde dan de gegeven hersteltermijn, had het op de weg van appellante gelegen om vóór afloop van de gegeven hersteltermijn verlenging van die termijn te verzoeken. Appellante heeft aangevoerd dat zij naast het uitstel, waar zij op
10 september 2015 om heeft verzocht, ook nog op 16 september 2015 telefonisch om uitstel heeft verzocht. Dat heeft zij echter niet aannemelijk gemaakt. Uit het elektronisch registratiesysteem Focus, waarin het college contacten met klanten registreert, is niet gebleken dat appellante na 10 september 2015 contact heeft opgenomen met de klantmanager.
4.4.
Appellante kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat het college de aanvraag alsnog inhoudelijk had kunnen behandelen, omdat zij de gevraagde gegevens tijdens de bezwaarprocedure alsnog heeft overgelegd. De aard en inhoud van het besluit dat strekt tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag om bijstand, brengen volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 25 september 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB5267) mee dat in beginsel geen betekenis toekomt aan gegevens of bescheiden die na het nemen van dat besluit alsnog zijn verstrekt. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken indien de betrokkene aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om de gevraagde gegevens of bescheiden binnen de gegeven hersteltermijn te verstrekken. Gelet op wat in 4.3. is overwogen, is appellante daarin niet geslaagd.
4.5.
Uit 4.2 tot en met 4.4 volgt dat het college op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bevoegd was de aanvraag van appellant buiten behandeling te stellen. Wat appellante heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te oordelen dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandeling stelling van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Stehouwer, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2017.
(getekend) A. Stehouwer
(getekend) A. Mansourova

HD