ECLI:NL:CRVB:2017:1827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep militair invaliditeitspensioen: beoordeling beperkingen en klasse-indeling
Betrokkene, een voormalig beroepsmilitair, verzocht in 2009 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen vanwege een psychische aandoening van traumatische aard. De minister kende in 2010 een pensioen toe met een voorlopige invaliditeitsgraad van 25%. Na bezwaar stelde de minister in 2014 de invaliditeit vast op 26,25%. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde de invaliditeit vast op 28,75%, mede vanwege een hogere score in de subrubriek slapen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet uitging van de peildatum 10 december 2009, waarop betrokkene geen slaapmedicatie gebruikte, maar joints. Dit kan niet als slaapmedicatie worden aangemerkt, waardoor een lagere klasse-indeling in de subrubriek slapen op zijn plaats is. De Raad bevestigt dat er onvoldoende bewijs is voor hogere scores in de subrubrieken mobiliteit, structuur aanbrengen en seksuele functie, en dat de minister terecht klasse 0 hanteerde.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van 29 juli 2014 ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer op 11 mei 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 juli 2014 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.