ECLI:NL:CRVB:2017:183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met de verplichting bankafschriften van een Chileense bankrekening aan te leveren. Ondanks herhaalde verzoeken en een hersteltermijn leverde zij deze niet tijdig aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in vanwege het niet voldoen aan de informatieplicht.
Appellante voerde aan dat zij de bankafschriften niet kon verkrijgen zonder persoonlijk bij de bank in Chili te verschijnen en dat de gestelde termijnen onredelijk kort waren. De Raad oordeelde dat appellante vanaf het begin op de hoogte was van haar verplichting en dat de geboden termijnen redelijk waren. Tevens had zij geen verzoek tot termijnverlenging gedaan.
De Raad stelde vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het niet aanleveren van de bankafschriften buiten haar verwijt lag. De intrekking van de bijstand was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig aanleveren van bankafschriften wordt bevestigd.