ECLI:NL:CRVB:2017:1837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen ambtenaarsverhouding ontstaan door payrollconstructie bij gemeente Heerlen
Appellant was vanaf 2010 via verschillende arbeidsovereenkomsten en detacheringen werkzaam bij de gemeente Heerlen, waarbij hij een traject volgde om werkervaring op te doen met behoud van een uitkering. De vraag was of hierdoor een ambtenaarsverhouding was ontstaan. De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellant vanaf 2012 een tijdelijke ambtenaarsverhouding had, maar geen vaste aanstelling.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant nooit formeel als ambtenaar is aangesteld en dat er geen schriftelijk besluit is genomen tot aanstelling. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak en het arrest van de Hoge Raad van 4 november 2016, waarin payrollovereenkomsten als uitzendovereenkomsten worden gezien. Hierdoor is geen ambtenaarsverhouding ontstaan, ook niet door de werkzaamheden via de payrollconstructie.
De Raad volgt het college dat het doel van de constructie was re-integratie en niet het tot stand brengen van een ambtenaarsverhouding. Omdat appellant niet in de hoedanigheid van ambtenaar is getroffen, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat geen ambtenaarsverhouding is ontstaan.