ECLI:NL:CRVB:2017:184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk bij bijzondere bijstand griffierecht
Appellant ontving algemene bijstand en vroeg bijzondere bijstand voor griffierecht. Het college kende deze bijzondere bijstand toe, maar appellant maakte bezwaar tegen het besluit en stelde het college in gebreke vanwege niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van het college ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college ten onrechte om diagnosedocumenten vroeg en de besluitvorming vertraagde. De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling omdat het college al volledig tegemoet was gekomen. Verder werd vastgesteld dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen prematuur was en daarom terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen procesbelang heeft en het beroep prematuur was.