ECLI:NL:CRVB:2010:BO4946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellante, voormalig medewerker bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, meldde zich ziek in 2005 vanwege rug- en spanningsklachten. Na een onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige kreeg zij een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80% per 29 oktober 2007.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar psychische klachten en beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad overwoog dat het Uwv de resterende verdiencapaciteit van appellante had gewijzigd na 19 mei 2008 en dat de hoogte van de uitkering niet werd aangepast. Omdat het resultaat dat appellante met het hoger beroep nastreefde geen feitelijke betekenis meer had na dit latere besluit, ontbrak het aan procesbelang. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.