ECLI:NL:CRVB:2017:185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij bijzondere bijstand
Appellant, die algemene bijstand ontving, vroeg bijzondere bijstand aan voor griffierechtkosten. Het college verzocht om aanvullende diagnosedocumenten, waarop appellant bezwaar maakte en het college in gebreke stelde. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was. Later verleende het college alsnog de aangevraagde bijzondere bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaarde bezwaar ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat het verzoek om diagnosedocumenten in strijd was met de WWB.
De Raad toetste ambtshalve of appellant voldoende procesbelang had. Omdat het college hem volledig tegemoet was gekomen, kon appellant met het hoger beroep geen feitelijk belang meer behalen. Het belang was louter principieel, wat onvoldoende is voor ontvankelijkheid.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.