ECLI:NL:CRVB:2017:1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens onjuiste woonplaatsverklaring en verzekeringsperiode
Appellante ontving vanaf 2009 een volledig AOW-pensioen als ongehuwde, wonend bij haar moeder in Nederland. Na een anonieme melding startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek naar haar feitelijke woon- en leefsituatie. Dit onderzoek, inclusief bezoeken aan het opgegeven adres en een Italiaans hotel, wees uit dat appellante sinds circa 1977 in Italië woont met haar partner en daar een hotel runt.
De Svb herzag het AOW-pensioen en paste een korting toe omdat appellante niet verzekerd was geweest van 1979 tot 2009. Appellante voerde aan dat zij recht had op een volledig pensioen omdat zij het merendeel van de tijd in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellante in hoger beroep aanvocht.
De Raad oordeelde dat de Svb voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet in Nederland woonde en niet verzekerd was in de genoemde periode. Appellante slaagde er niet in haar woonplaats in Nederland te bewijzen. Het zelf ingevulde formulier levensbewijs volstond niet als bewijs. De herziening en korting op het pensioen zijn daarmee terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het AOW-pensioen van appellante wordt terecht herzien naar 40% van het maximale bedrag wegens onvoldoende bewijs van woonplaats in Nederland en niet-verzekerd zijn tussen 1979 en 2009.