Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege psychische klachten, maar het UWV stelde vast dat zij meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld in een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische problematiek onvoldoende was meegewogen, mede gezien haar vele kortdurende dienstverbanden. Zij overhandigde medische brieven ter ondersteuning, maar deze brachten geen nieuwe inzichten die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante ten tijde van haar 17e/18e jaar juist waren weergegeven en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.