ECLI:NL:CRVB:2017:1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij bezwaar en beroep tegen bijstandsbesluiten
Appellant vroeg bijstand aan bij het UWV Werkbedrijf, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvragen aanvankelijk af. Na bezwaar en een nader besluit werd bijstand toegekend met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belang, maar kende proceskostenvergoeding toe aan appellant.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte slechts één punt per proceshandeling had toegekend voor meerdere besluiten en daarmee de kostenvergoeding te laag had vastgesteld. De Raad oordeelde dat het bezwaar mede betrekking had op het tweede besluit en dat het forfaitaire systeem van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) van toepassing is, waarbij slechts één punt per proceshandeling kan worden toegekend.
De Raad bevestigde dat de rechtbank de kostenvergoeding terecht had vastgesteld op €1.470,- en dat het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk is. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring en de rechtbankuitspraak over de proceskostenvergoeding wordt bevestigd.