ECLI:NL:CRVB:2017:1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen hennepkwekerij en vaststelling aanvangsdatum exploitatie
Appellante ontving bijstand en woonde in een woonwagen. Op 20 mei 2014 werd in een schuur bij haar woonwagen een hennepkwekerij met 44 planten aangetroffen. Het college trok daarop de bijstand over bepaalde periodes in en vorderde terugbetaling, omdat appellante de kwekerij niet had gemeld en de inlichtingenverplichting had geschonden.
De kern van het geschil betrof de aanvangsdatum van de hennepkwekerij, die het college stelde op 1 november 2013, gebaseerd op een rapport van een fraudespecialist van Stedin. Appellante voerde aan dat deze specialist niet deskundig was en dat de rapportage onvoldoende duidelijk was voor een contra-expertise.
De Raad oordeelde dat de fraudespecialist voldoende deskundig was gezien zijn opleiding en ruime ervaring met ontmanteling van hennepkwekerijen. De rapportage was zorgvuldig en inzichtelijk, met onderbouwing door foto's en concrete waarnemingen. De aanvangsdatum van 1 november 2013 was daarmee voldoende onderbouwd.
Appellante bracht geen objectieve gegevens aan om de bevindingen te betwisten. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering van de kosten. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens het niet melden van de hennepkwekerij met aanvangsdatum 1 november 2013.