ECLI:NL:CRVB:2017:1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens verzwegen woning in Suriname met aanzienlijke waarde
Appellanten ontvingen sinds oktober 2013 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Tijdens de aanvraag verklaarden zij telefonisch dat hun zoon de woning in Suriname had overgenomen. Uit onderzoek van de Nederlandse ambassade bleek echter dat appellanten nog eigenaar waren van twee percelen en een woning in Suriname met een waarde die het vrij te laten vermogen ruimschoots overschrijdt.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok daarom de AIO-aanvulling in per 25 oktober 2013 wegens het niet melden van deze onroerende zaken. Appellanten betoogden dat de hypotheek op de woning op naam van hun zoon stond en dat de schuld in mindering gebracht moest worden op het vermogen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de waarde van de woning daadwerkelijk boven de vermogensgrens ligt en dat de hypotheek niet op appellanten rust maar op hun zoon en diens vrouw. De schuld kan daarom niet in mindering worden gebracht. Ook het argument dat appellanten niet vrij over de woning kunnen beschikken faalt omdat de schuld aanzienlijk lager is dan de waarde van de woning.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze het in stand laten van de rechtsgevolgen betreft en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet melden van een woning met aanzienlijke waarde.