ECLI:NL:CRVB:2017:1941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsvermogen
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek wegens voedselvergiftiging en ontving Ziektewetuitkering na beëindiging dienstverband. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor de uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen werden onderschat, waaronder maagklachten, rugklachten na een aanrijding en psychische klachten na het overlijden van zijn vader. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hielden hier rekening mee en namen aanvullende beperkingen op in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig is uitgevoerd. Er is geen aanleiding om de beperkingen van appellant anders te beoordelen. De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 mei 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.