ECLI:NL:CRVB:2017:1947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld bij verdiencapaciteit boven 65%
Appellante ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet na ziekmelding in juni 2013. Een eerstejaars ZW-beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde dat zij met inachtneming van haar beperkingen nog ten minste 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Het UWV stelde daarom het recht op ziekengeld per 17 juli 2014 stop.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische en fysieke beperkingen onverminderd aanwezig zijn, en dat de geselecteerde functies niet aansluiten bij haar beperkingen, onder meer vanwege medicijngebruik en wisselende diensten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en dat oordeel werd in hoger beroep bevestigd.
De Raad oordeelde dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De medische en arbeidsdeskundige rapporten zijn zorgvuldig opgesteld en de functies zijn medisch geschikt bevonden. De functie van voedingsassistente kent geen onregelmatige werktijden en is passend voor appellante.
De Raad concludeert dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en daarom geen recht meer heeft op ziekengeld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.