ECLI:NL:CRVB:2017:1948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellante ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet na een ziekmelding in december 2013, waarbij zij als taxi chauffeur gehandicaptenvervoer werkte. Een eerstejaars ZW-beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde dat zij nog 79% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV het recht op ziekengeld introk per januari 2015.
Appellante maakte bezwaar en kreeg een gedeeltelijke voortzetting van de uitkering tot eind september 2015. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het latere besluit tot intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat medische gegevens van haar huisarts, psycholoog en revalidatiearts wezen op chronische vermoeidheid, waardoor de medische beoordeling onjuist zou zijn.
De Raad oordeelt dat de medische grondslag van het besluit standhoudt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep hield rekening met de vermoeidheidsklachten bij het opstellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante medisch geschikt is voor functies waarmee zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.