ECLI:NL:CRVB:2017:1964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep militair invaliditeitspensioen bij PTSS en seksuele problematiek
Betrokkene, een voormalig militair uitgezonden naar Libanon, vorderde een militair invaliditeitspensioen wegens PTSS. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures kende de Minister van Defensie een invaliditeitspensioen toe met een mate van invaliditeit van 20-21,5%, waarbij de indeling in de subrubrieken seksuele functie en slapen ter discussie stond.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten en oordeelde dat de indeling in klasse 0 voor seksuele functie te laag was en ook de indeling in klasse 2 voor slapen onvoldoende. Tevens vond de rechtbank dat onvoldoende was vastgesteld of er sprake was van een medische eindtoestand op de peildata.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat seksuele problematiek binnen de PTSS-behandeling niet als afzonderlijk probleem was gesignaleerd en behandeld, waardoor de indeling in klasse 0 voor seksuele functie standhoudt. De indeling in klasse 2 voor slapen werd bevestigd omdat betrokkene geen permanente slaapmedicatie gebruikte. De Raad oordeelde verder dat op 14 april 2009 nog geen medische eindtoestand was bereikt.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond, waarmee de besluiten van de Minister van Defensie gehandhaafd werden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestreden besluiten worden ongegrond verklaard en de besluiten van de Minister van Defensie blijven in stand.