Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op grond van de Wmo om woningaanpassingen waaronder het verplaatsen van de badkamer, een tweede toilet boven, een verhoogd toilet beneden en een wandbeugel. Het college wees de meeste voorzieningen af, behalve een persoonsgebonden budget voor een douchezitje en wandbeugel in de huidige badkamer.
De rechtbank stelde vast dat de wandbeugel ten onrechte was afgewezen en bepaalde dat appellante daarvoor in aanmerking moest komen. De rest van het besluit bleef in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen de weigering van het verhoogd toilet en tweede toilet.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door het college niet volledig was omdat een arts en ergotherapeut niet waren geraadpleegd. Na heropening van het onderzoek liet het college aanvullend medisch en ergonomisch advies uitbrengen. Dit advies concludeerde dat een verhoogd toilet niet noodzakelijk is en dat een toiletstoel in combinatie met een traplift een adequate voorziening vormt.
De Raad volgt dit advies en vernietigt het bestreden besluit. Appellante krijgt de keuze tussen een voorziening in natura of een pgb voor de toiletstoel, traplift en onderhoud. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellante krijgt recht op een traplift en toiletstoel als adequate voorziening, het college moet dit voorzien in natura of via een pgb.