ECLI:NL:CRVB:2009:BK2502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vervoersvoorziening wegens onvoldoende maatwerk en onderzoek
Appellant, geboren in 1955 en bekend met spasticiteit, vroeg op grond van de Wmo een vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen aan. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af omdat de voorziening niet de goedkoopste adequate oplossing was. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het College het onderzoek naar de vervoersbehoeften en beperkingen van appellant onvoldoende had uitgevoerd. Het College had zich beperkt tot medische gronden en had nagelaten te onderzoeken hoe het collectief aanvullend vervoer zich verhoudt tot de wensen en beperkingen van appellant. Bovendien had het College geen keuze geboden voor een persoonsgebonden budget als alternatief voor de scootmobiel en het collectief vervoer.
De Raad bevestigde het primaat van collectief vervoer als goedkoopste adequate voorziening, maar stelde dat dit primaat niet mag leiden tot het negeren van individuele behoeften en de compensatieplicht van het College. De categorale uitsluiting van persoonsgebonden budgetten voor collectief vervoer is toegestaan, maar het College moet in bijzondere gevallen maatwerk leveren. Het besluit van het College werd vernietigd en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de vervoersvoorziening wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.