ECLI:NL:CRVB:2017:1972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens chronische pijn- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met haar psychische klachten en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Zij overlegde een psychologisch rapport met complexe PTSS en cognitieve beperkingen. Het UWV reageerde met een aanvullend medisch rapport waarin werd bevestigd dat de beperkingen reeds waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 1 november 2013.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige overtuigend had aangetoond dat appellante de geselecteerde functies kon vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.