Uitspraak
.Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 23 juli 2009 arbeidsongeschikt door vermoeidheidsklachten en depressieve symptomen. Het UWV kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WIA-uitkering toe en later een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling in 2014 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot 11,42%, waardoor de uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten, waaronder ernstige vermoeidheid en evenwichtsstoornissen (BPPD), onvoldoende waren meegewogen. Zij overlegde medische stukken over onder meer een galblaasoperatie, SOLK-behandeling en KNO-behandelingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bevestigden echter dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de belasting in de functies de medische belastbaarheid niet overschreed. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de aanvullende medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering blijft in stand.