Uitspraak
30 juni 2016, 15/757 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een executief politieambtenaar, verrichtte zonder melding onderzoekswerkzaamheden voor een particulier recherchebureau, wat in strijd is met artikel 5, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Daarnaast gebruikte zij zonder toestemming politie- en justitielogo's en vermeldde zij haar diensttelefoonnummer op de website van haar privébedrijf.
Na een journalistieke vraag en daaropvolgend onderzoek bleek dat appellante onjuiste verklaringen had afgelegd aan haar leidinggevende, wat leidde tot imagoschade en correcties richting de media. De korpschef legde haar daarop onvoorwaardelijk ontslag op wegens toerekenbaar plichtsverzuim.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante haar plichtsverzuim kon worden toegerekend, ondanks haar psychische klachten. De opgelegde straf was niet onevenredig gezien de ernst van de gedragingen en de integriteitseisen binnen de politie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim bevestigd.