ECLI:NL:CRVB:2017:20
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als assistente sales en marketing voor 22,5 uur per week, meldde zich ziek met psychische klachten en kreeg later cognitieve klachten na een auto-ongeluk. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat zij per 16 april 2014 geschikt was voor haar maatgevende arbeid en beëindigde haar ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank volgde het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was tot een ander oordeel over haar geschiktheid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat het standpunt van de verzekeringsarts extra gemotiveerd moest worden, mede vanwege een medisch rapport van het PELS-instituut. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een eigen, navolgbaar en overtuigend standpunt had ingenomen en dat het PELS-rapport geen aanleiding gaf tot twijfel.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Er werd geen aanleiding gezien voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid.