ECLI:NL:CRVB:2017:2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IOAW-uitkering met terugwerkende kracht zonder eerdere melding
Appellant ontving sinds mei 2013 een IOAW-uitkering die door het college per 1 juli 2014 werd ingetrokken. Op 29 december 2014 nam appellant telefonisch contact op met Werk en Inkomen om te informeren naar de uitbetaling, waarna hij op 15 januari 2015 een wijzigingsformulier indiende en op 2 februari 2015 een nieuwe aanvraag deed met terugwerkende kracht tot 1 december 2014.
Het college kende de uitkering toe met ingang van 30 januari 2015, omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. De rechtbank stelde de ingangsdatum op 15 januari 2015, omdat appellant toen het wijzigingsformulier had ingediend en telefonisch contact had gehad.
In hoger beroep stelde appellant dat hij al op 29 december 2014 contact had opgenomen met het college met het doel een uitkering aan te vragen. De Raad oordeelde echter dat dit contact slechts een informatieve aard had en niet als melding in de zin van artikel 16a IOAW kon worden beschouwd. Er was geen bewijs dat appellant eerder actie had ondernomen die neerkwam op een aanvraag of melding.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IOAW-uitkering ingaat op 15 januari 2015 en wijst het verzoek om terugwerkende kracht en schadevergoeding af.