ECLI:NL:CRVB:2014:2325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum IOAW-uitkering na onvolledige informatie UWV
Appellanten hebben een IOAW-uitkering aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf 4 juli 2005, maar het college kende deze toe vanaf 8 april 2011. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellanten zich op 17 september 2010 al voldoende hadden gemeld bij het UWV, maar door onvolledige informatie van het UWV werd hen geadviseerd te wachten met de aanvraag.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank die het college in het gelijk stelde. De Raad stelt de ingangsdatum van de IOAW-uitkering vast op 17 september 2010, omdat appellanten toen al actie hadden ondernomen die tot een aanvraag had moeten leiden. Het feit dat zij later afspraken afzegden en een periode wachtten, kan hen niet worden tegengeworpen gezien de verstrekte onvolledige informatie.
Verder veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellanten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, vanwege de aan het college toe te rekenen onrechtmatigheid. De Raad bepaalt ook dat het college het betaalde griffierecht aan appellanten moet vergoeden.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IOAW-uitkering wordt vastgesteld op 17 september 2010 en eerdere besluiten worden vernietigd.