ECLI:NL:CRVB:2017:2013

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juni 2017
Publicatiedatum
7 juni 2017
Zaaknummer
14/5236 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan en proceskostenveroordeling

In deze zaak heeft het bestuursorgaan, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Betrokkene, een besloten vennootschap, werd in het hoger beroep vertegenwoordigd door een advocaat die een verweerschrift indiende.

Op 10 januari 2017 trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan heeft geen verweerschrift ingediend en met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten waarna het onderzoek werd gesloten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de proceskosten bij intrekking van het hoger beroep. De proceskosten werden begroot op € 990,- voor verleende rechtsbijstand en het bestuursorgaan werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag.

De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Bruning en uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2017.

Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 990,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 juni 2017
14/5236 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 4 augustus 2014, 13/5568 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[Betrokkene] B.V. te [vestigingsplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. J.M. Lammers-Sigterman, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 10 januari 2017 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Lammers-Sigterman verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 990,- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 990,-.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2017.
(getekend) M.C. Bruning
(getekend) N. Talhaoui

RB