ECLI:NL:CRVB:2017:2013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
In deze zaak heeft het bestuursorgaan, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Betrokkene, een besloten vennootschap, werd in het hoger beroep vertegenwoordigd door een advocaat die een verweerschrift indiende.
Op 10 januari 2017 trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan heeft geen verweerschrift ingediend en met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten waarna het onderzoek werd gesloten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de proceskosten bij intrekking van het hoger beroep. De proceskosten werden begroot op € 990,- voor verleende rechtsbijstand en het bestuursorgaan werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Bruning en uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2017.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 990,- aan proceskosten aan betrokkene.