ECLI:NL:CRVB:2017:2035
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende procesbelang bij AOR-uitkering
Appellant, geboren in 1936, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Na toekenning van een uitkering in december 2014, werd deze later ingetrokken vanwege de hoogte van de inkomsten die met de AOW-pensioen werden verrekend. Appellant stelde dat er onrechtmatig onderscheid werd gemaakt tussen gehuwde mannen en vrouwen bij de berekening van de inkomsten.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om beroep ontvankelijk te verklaren; dit betekent dat het nastreven van het bezwaar of beroep ook daadwerkelijk tot een gunstig resultaat moet kunnen leiden. In deze zaak zou zelfs bij toepassing van de alleenstaandennorm geen uitbetaling van de AOR-uitkering volgen, waardoor appellant geen voldoende actueel belang had.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.T. Boerlage op 1 juni 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.