ECLI:NL:CRVB:2016:2805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij WWB-arbeidsverplichtingen
Appellanten zijn gedeeltelijk vrijgesteld van arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Na eerdere procedures en besluiten waarbij deze vrijstelling werd bevestigd, hebben appellanten bezwaar gemaakt tegen besluiten die hen tot aan hun pensioen vrijstelden van arbeidsverplichtingen. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de besluiten begunstigend waren en appellanten geen belang hadden bij inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing, stellende dat procesbelang ontbreekt wanneer het resultaat niet meer bereikt kan worden en het belang louter formeel of principieel is.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken en benadrukte dat appellanten de vrijstelling niet betwisten en met hun bezwaar niets meer kunnen bereiken. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.