ECLI:NL:CRVB:2017:2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen loonaanvullingsuitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de hoogte van zijn loonaanvullingsuitkering ongewijzigd werd voortgezet. Het UWV had eerder het bezwaar van de ex-werkgever ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit en er geen omstandigheden waren die dit konden rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, onder meer omdat het UWV pas laat in de procedure een beroep op niet-ontvankelijkheid deed en omdat hij de indruk had gekregen dat hij zelf in beroep kon gaan. Het UWV stelde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees erop dat appellant in de begeleidende brief was gewezen op het risico van niet-ontvankelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat appellant redelijkerwijs verweten kan worden dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.