ECLI:NL:CRVB:2017:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij twee medebewoners in bijstandszaak
Appellante diende een aanvraag om bijstand in en verklaarde alleenstaande te zijn met thuiswonende kinderen, waaronder haar meerderjarige zoon S. Het college paste de kostendelersnorm toe voor drie personen, omdat S volgens onderzoek en huisbezoek zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had.
Appellante voerde aan dat S was verhuisd en slechts tijdelijk verbleef om voor haar te zorgen, met een huurovereenkomst op een ander adres als bewijs. De Raad oordeelde dat ondanks de huurovereenkomst en het ontbreken van sommige persoonlijke spullen, voldoende aanwijzingen waren dat S zijn hoofdverblijf nog op het uitkeringsadres had, zoals een beslapen bed, kleding en persoonlijke eigendommen.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij slechts twee bewoners had en bevestigde het besluit van het college om de kostendelersnorm voor drie personen toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De kostendelersnorm is terecht toegepast voor drie personen omdat de appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar zoon geen hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.