ECLI:NL:CRVB:2017:2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen handelsactiviteiten met pups
Appellanten ontvingen bijstand in 2012 en vroegen deze opnieuw aan in 2013 na faillissement van hun onderneming. Het college ontving een tip over het fokken en verkopen van pups, waarna een onderzoek werd gestart. Dit onderzoek toonde aan dat appellanten meer dan 300 advertenties plaatsten met pups te koop, wat duidt op handelsactiviteiten en niet op incidentele verkoop van privégoederen.
Het college trok de bijstand over de periodes van mei tot september 2012 en januari tot maart 2013 in en vorderde de kosten terug omdat appellanten deze inkomsten niet hadden gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht aannam dat sprake was van handelsactiviteiten en dat appellanten de inlichtingenplicht schonden. Omdat appellanten geen gegevens over de omvang van hun inkomsten konden overleggen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, wat intrekking rechtvaardigt. De terugvordering werd eveneens bevestigd.
Appellanten verschenen niet bij de zitting en voerden geen nieuwe gronden aan tegen de terugvordering. De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit volledig.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde handelsactiviteiten met pups wordt bevestigd.