ECLI:NL:CRVB:2017:2125
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning blijvende invaliditeit burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellante, geboren in 1941 in Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een Wubo-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten gerelateerd aan haar internering tijdens de Japanse bezetting.
Verweerder erkende het oorlogsverleden maar wees de uitkering af omdat de psychische klachten niet leidden tot blijvende invaliditeit volgens de AMA-criteria en de lichamelijke klachten niet oorzakelijk verband hielden met het oorlogsgeweld.
In beroep stelde appellante dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat verweerder onvoldoende informatie had ingewonnen. De Raad oordeelde dat het medisch advies en de gehanteerde beoordelingssystematiek de weigering rechtvaardigen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de beperkingen onvoldoende ernstig en duurzaam waren om een Wubo-uitkering toe te kennen. De procedurekosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een Wubo-uitkering wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit wordt ongegrond verklaard.