ECLI:NL:CRVB:2017:2130
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken materiële connexiteit bij AOW-herziening
Verzoekers zijn in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de herziening van hun AOW-norm door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Tegelijkertijd vroegen zij een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de Svb tot invordering van het teruggevorderde bedrag zou overgaan zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat een verzoek om voorlopige voorziening moet voldoen aan formele en materiële connexiteit. Hoewel het hoger beroep formeel ontvankelijk was, betrof het verzoek om voorlopige voorziening de schorsing van invordering, wat niet onderdeel is van het geschil in de bodemprocedure. De terugvordering en invordering maken geen deel uit van het hoger beroep tegen de AOW-herziening.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter A.B.J. van der Ham op 13 juni 2017.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.